Slow Travel in de duurzame Ardennen

 

 

 

 

 

Vliegen is vandaag zo goedkoop dat we aan de puurheid van onze achtertuin zomaar voorbijlopen. Citytrips die horden toeristen in de populaire trekpleisters lozen, houden de plaatselijke bevolking stilaan in een wurggreep. Dit leidt tot frustraties en zelfs haatgevoelens, om het nog maar niet te hebben over de schade aan het historische erfgoed. Wij doen het de volgende vijf dagen op zijn Italiaans. Door de “slow food”-gedachte geïnspireerd doen wij met de camper aan “slow travel”. Een vorm van duurzaam toerisme waarvoor we naar onze eigen Ardennen trekken.

 

Tekst en foto’s: Antoon Cadry

 

Duurzaam toerisme: de Wereldorganisatie voor Toerisme heeft er een definitie voor: “Duurzaam toerisme houdt rekening met de huidige en toekomstige impact op het milieu, op economisch en op sociaal vlak. Tegelijk komt het tegemoet aan de noden van beroepsmensen, bezoekers, het milieu en de gemeenschappen waarin zij te gast zijn.” Wij gaan dus op onze Ardennentocht genieten van de natuur en het cultureel erfgoed, we gaan eten wat de “terroir” biedt en we houden daarbij onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk. Met fiets en tent is die natuurlijk kleiner. Toch heeft Duits onderzoek aangetoond dat camperaars zich niet schuldig hoeven te voelen als zij met hun “witte dozen” door het landschap kuieren. Voorlopig kan dit nog niet elektrisch.

 

De Belgische Ardennen

De vraag “waar liggen de Ardennen?” beantwoord je niet op 1 2 3. Het hangt van de invalshoek af. Geologisch bekeken moet je letten op gesteenten en reliëfvormen. Letterlijk strekken de Ardennen zich uit ten zuiden van de kalksteenformatie La Calestienne, die grofweg van Les Lacs de l’Eau d’Heure in de Laars tot Aywaille in de provincie Luik loopt. Wij houden meer van de toeristische aanpak en breiden het gebied uit tot alles wat zich ten zuiden van Samber en Maas bevindt. Zoals in het weerbericht dus.

 

De parel van Seneffe

Even voorbij Charleroi worden we aangetrokken door een bordje dat ons naar het kasteel van Seneffe leidt. Dit zijn de Ardennen nog niet, maar we naderen toch al de Samber. Dus: pourquoi pas? We zwieren de camper op de ruime parking en lopen omheen de strakke contouren van het kasteel. Als door de bliksem getroffen blijven we stokstijf staan als we een bronzen sculptuur zien waarin we duidelijk de hand van Jean-Michel Folon herkennen. “Quelqu’un” uit 1992 is een van zijn talrijke prachtige mensenfiguren, die je vanop afstand uit duizenden herkent. Een eerder vormeloze, dromerige figuur met hoed die je onwillekeurig aan het fantaseren zet. Met zijn open blik op de wereld is hij een ware reiziger die me aan Mr. Hulot van Jacques Tati laat denken. Wat we hier achter het kasteel nog niet beseffen, is dat hij de komende dagen een soort rode draad op onze Ardennentrip zal vormen.

Het Domein van Seneffe dateert al van 1763. Een imposante dreef leidt je naar het kasteel van de Brusselse zakenman Julien Depeste. Zijn zoon liet het 22 ha grote park voltooien en gaf het extra cachet met enkele “folies”. Het domein is toevertrouwd aan de Franse Gemeenschap, die er een culturele bestemming aan geeft door er het Museum van de Edelsmeedkunst in onder te brengen. In het heerlijke park, dat sinds 2000 in zijn 18de-eeuwse toestand werd hersteld, helt een uitgestrekt grasveld lichtjes af in de richting van een waterpartij. Een oase van rust.

 

Dit is een deel van het artikel 'Kortbij' uit het beursnummer (57) van Kampeerwereld.

Verder lezen ? Koop dit nummer online aan slechts € 2 of abonneer nu voor slechts € 15 voor 4 nummers

 

Kamperen was nog nooit zo boeiend

Verlanglijst 0 Winkelmandje 0